maandag 12 oktober 2015

Kom, we zij hier weg.


Gast, ze heeft het gedaan gemaakt. Stop uw zielig gedoe over die twee t-shirts die gij nog hebt liggen en die ze nog kan komen halen. Waarom hebt ge ze niet bij? Eigenlijk? Ok, ge zijt jong. 21? En zij, 19? En ja ik zit aan de tafel naast de uwe en ik hoor alles wat ge zegt en weet ge waarom ik hier zit? Ik zat op de trein van Leuven naar Antwerpen en weet ge wat? Ik zag haar zitten en tussen Lier en Antwerpen Centraal draaide ze haar haar in slierten en toen we uitstapten zei ik zie ik vind u leuk, wilt ge met mij een pizza gaan eten en ze vraagt waar en ik zeg de Roma en ze zegt Ha! goe, ik heb daar afgesproken met mijn ex, zie dat ge de tafel naast ons pakt en pak mij daarna mee naar huis en neuk me te pletter. 

donderdag 2 juli 2015

Grass Doll Stroll


legs enter in sight 
one then two                                                                           (22?)
stockings black stripes
two thumbs thick they scaffold to unravelled light blue jeans
hotpants
look a playful wind blow how it drapes
long ginger blonde curly curtains wave
above that mocking me ass
loose on the loins then up higher so tight the white
t-shirt hard steel letters scream 

ANTHRAX

(in red)

then thin tanned arms
in the rhythm of little leather ankle boots
she proceeds

maandag 13 april 2015

Brief aan de Spinnekop


Lief spinnekopje,

Ik had je niet onmiddellijk zien liggen toen ik in de douche stapte.
Ik zuchtte even toen je in de kromming van de badkuip naar boven kroop en weer naar waar je zat naar beneden gleed. Hoe dikwijls ben je zo niet op en af gegaan?
Ik nam de douchekop om je uit gemakzucht richting afvoer te spoelen, enkele reis riool. Verzopen zonde nageslacht. Rattenvoer.
Ach neen, ik heb mijn vinger voor jou gelegd zodat je er op kon kruipen. Je kwam voelen met je pootjes en vertrouwde het niet erg.
Ik las ooit dat spinnen niet zo van lichaamswarmte houden.
Ik nam dan maar een stukje papier en schoof het voor je uit. Je subtiele pianistenpootjes gingen om beurten aarzelend de lucht in en tikten het papiertje één voor één nieuwsgierig aan. Je aanvaardde m'n lift uit je uitzichtloze bestaan en kroop op het stukje papier.
Ik bracht je door de badkamer door de gang door de slaapkamer naar buiten op het terras en op het terras lag een dorre esdoornvrucht. Je weet wel, zo'n halve platte nepsnor die heerlijk naar beneden helikoptert als ie valt. Als kind amuseerden we ons daar eindeloos mee tot we kastanjebolsters vonden.
Ik stelde de vrucht aan je pootjes voor. Niet onmiddellijk maar dapper evenwel, kroop je op je gigantische luchtsurfplank. Prachtig gestroomlijnd design: onvervalst neo-organisch futurisme en wel helemaal voor jou alleen.
O wat een dolle vlucht moet je hebben gehad: zo van het tweede verdiep rond en rond en rond twee toertjes per seconde naar beneden. Boom tuin zon huis boom tuin zon huis boom tuin zon huis boom tuin zon huis. Ik zou me de maag en darmen uit het lijf gebraakt hebben maar kon nu tenminste op m'n gemak m'n balhaar trimmen.

Liefs,
Anthony

donderdag 9 april 2015

Slijper



In de tekenwinkel is een nieuwe kassierster in opleiding. Ze volgt de instructies, bijt op haar lip en drukt aarzelend op F7. Haar ogen kijken op en zeggen sorry, ik ben nieuw. Ze glimlacht verlegen naar de klant die wacht.

Komt u maar naar Kassa 2, Mijnheer. Die instructie is aan mij gericht. Want aan Kassa 1 gaat het niet vooruit, denkt de dame met de paardenstaart. Ik leg mijn twee vellen Cansonpapier en mijn nieuwe witte rollerpen op de toonbank, laat me de rekening maken en betaal Van haar geen spoor.

Ik ben drie weken op reis, had ik haar gezegd. Denk er over na en laat me nadien iets weten. Misschien was ik iets te direct geweest. Dat kan, maar er had nog niemand haar portret getekend.

Drie keer was ik in de tekenwinkel. De eerste keer om een blok papier in A1, een wereldformaat schuimkarton dat als tekentafel zou dienen en wellicht wat onbestemde prullaria. Ze rekende in stilte af. Ze droeg een vestje in zwartwit pied-de-poule en haar gezicht was mooi.

Later kocht ik wat grafietstaafjes, Japanse penselen en Siberisch krijt. Ze rekende opnieuw in stilte af.

Laat me je portret maken, dacht ik. Je hals in houtskool naar de juiste toon toe strelen. Je oogschaduw aanbrengen en zachtjes de zwarte stofjes uit je oog blazen. Naar de afstand kijken tussen het topje van je neus en het putje boven je lippen.

Ik keerde een derde keer weer en vastberaden want ik had een slijper nodig. Ik vertrok op reis met een schetsboek en een busseltje potloden en die dingen dienen geslepen te worden. Met botte stompjes kan je nu eenmaal niet veel aanvangen.

De slijper kostte iets meer dan twee euro en zij rekende opnieuw af. Stilte. Laat me je portret maken, durfde ik niet te vragen. Er staat een klant achter mij en aan Kassa 1 wacht de dame met de paardenstaart.

Voorbij de kassa draai ik mezelf plots om en stap naar haar toe. Heeft er al iemand jouw portret getekend? Zomaar.

Ze vraagt hoe dat in zijn werk zou gaan. Wel, we beginnen met een zwartwit foto op A4 en dan teken ik dat na. Vrij simpel eigenlijk. Op flanellen benen toon ik haar een foto van een eerder portret. Ze keurt het goed. Chic, zegt ze. De bekraste gsm waarop de foto staat, bibbert een beetje.

Ze zegt niet nee en zoekt een papiertje om mijn email adres te noteren en ik noteer mijn email adres op het rekeningetje van de slijper. Ik ga drie weken op reis. Denk er over na en laat me nadien iets weten.

Ik betaal en stap naar buiten. Het regent een beetje op weg naar huis met in mijn binnenzak een witte rollerpen. In mijn handen opgerold en ingepakt twee vellen Cansonpapier in azuurblauw en Dresdengeel.


woensdag 8 april 2015

Dexter en de Nachtegaal.



Dexter is bloot. Hij is niet echt groot en opent zijn ogen naar de lucht en de lucht is blauw. Hij ziet dat de zon schijnt en het gras is groen. Dexter heeft net een dutje gedaan onder de perelaar.

Tegen de stam rust zijn hoofd en een beetje rug. Al eeuwen lang plooit hij zo zijn armen achter zich en voelt de vertrouwde schors in zijn handen. De malse grasvlakte rond hem heen en tot de horizon de stilte. In de derde perelaar fluit de nachtegaal.

Er zijn geen huizen, geen vliegtuigen, geen kalenders, geen kinderen, geen muziek, geen musea. Er is alleen Dexter, drie perelaars en het heldergroene landschap rond hem heen en tot de horizon de stilte, de nachtegaal en de eeuwigheid.

Dexter wandelt soms wat rond, maar nooit heel ver. Dat hoeft ook niet. Gewoon wat wandelen tot het heuveltje. En dan weer terug een peer eten. Wanneer hij stapt, vindt hij het fijn zijn tenen te spreiden. Dan kietelt het gras.

Ver weg aan de horizon scheidt een lange witte lijn het blauw van het groen. Dat is altijd zo geweest. Wanneer Dexter de heuvel af en naar de lijn toe wil wandelen, verdwijnen achter hem telkens de drie perelaars en zijn er geen peren meer.

Op het heuveltje gaat Dexter op de tippen van zijn tenen staan en wipt even op en neer. Meestal zit hij onder de perelaar. 's Nachts slaapt hij onder de sterren.

In de derde perelaar fluit de nachtegaal. Dexter kijkt naar hem om en aan een tak hangt een zwart-witte schoudertas van Sunair. Die hing daar nog nooit. Dexter kruipt recht. De tas is leeg. De nachtegaal schudt haar veren en kijkt naar Dexter en de lege tas. Dexter kijkt naar de nachtegaal en vult de tas met peren.

Tussen blauwe viooltjes en klaprozen wandelt Dexter de witte lijn tegemoet aan de horizon met een schoudertas vol peren. In de verte zingt de nachtegaal.

De witte lijn wordt een band en dan een muur en is glad en koud. Niet het minste scheurtje. Als Dexter zich helemaal strekt, voelt hij met de toppen van zijn vingers hoe de bovenkant van de muur afgerond is.

De zon zakt stilaan weg. De manen zijn al zichtbaar. Als Dexter honger heeft, eet hij een peer. Als hij dorst heeft, legt hij zijn hoofd achterover. Dan doet hij zijn mond open en begint het te regenen.

Dexter volgt de muur eindeloos lang. Links ziet hij onveranderbaar op het zelfde centrale punt van de horizon drie kleine perelaars. Hij voelt hun vertrouwde schors in zijn vel wanneer hij het kleine luikje ziet. Dexter stapt verder tot hij opnieuw het kleine luikje ziet. Dexter blijft stappen en ziet opnieuw hetzelfde kleine luikje. Dexter stopt met stappen en kijkt naar het kleine luikje. Het luikje staat op een kier.

Dexter doet het luikje open. Zijn neus past er net door. Hij ruikt nootmuskaat en abrikozen. Hij haalt zijn neus uit het luikje en kijkt er met één oog door. Hij ziet niets dan wit. Hij steekt twee maal drie vingers door het luikje en probeert de opening wat breder te maken. De randen plooien mee en de opening wordt groter.

Dexter krijgt zijn hoofd net niet helemaal door de opening. Hij duwt harder, maar de muur geeft geen duimbreed meer toe. En toch. Zijn oren steken wat te veel uit en breken van zijn hoofd. Zijn schouders plooien naar binnen, pletten haast zijn ribben en als een inktvis glijdt hij met zijn tas vol peren door het luikje de witte nevel in. Hij trekt de opening naar beneden, raapt zijn oren op en hangt ze links en rechts weer op de juiste plaats.   

De nevel klaart op en voor hem staat een diertje. Het heeft zes heel korte pootjes, een chocoladebruine vacht en een klein lief rond kopje met daarin twee witte pretoogjes. Het diertje kruipt lagnzaam naar Dexter toe en klimt zonder zich iets van de zwaartekracht aan te trekken helemaal naar boven. Daarbij geeft het Dexter een lekje op de wang. Het zet zich op zijn schouder en legt zijn zachte frisse staart in de Dexter's nek.

Samen kijken ze naar al de verschillende struiken en bomen die zich kriskras door het landschap hebben genesteld en hen lijken toe te wuiven. De struiken dragen witte bloemen, de bomen roze. De zon straalt en het gras is groen. Van de witte muur geen spoor. Dexter en het diertje wandelen over het warme malse gras en nestelen zich in een struik van schuim in het zonnetje. Dexter doet een dutje. Het diertje springt van zijn schouder en huppelt weg.

Als Dexter wakker wordt, strelen de zonnestralen nog steeds zijn gelaat. Voor hem liggen wat noten klaar. Wat verderop ziet Dexter een groepje van drie notelaars. Dexter eet een paar noten en aait het diertje over het hoofd. Het diertje glimlacht en huppelt weer weg. Een paars en geel gevederde vogel fluit zijn lied.

Dexter laat zijn tas met peren liggen en wandelt onder de blauwe lucht. In een helder kabbelend beekje ziet hij zes zilverkleurige visjes keuvelen. Ze zeggen elkaar hartelijk gedag en één van hen springt uit het water in de open mond van Dexter. Het visje heeft geen graten, is lekker mals en glipt nadien uit Dexter's anus terug het beekje in.

Geamuseerd verkent Dexter zijn nieuwe wereld. Ook hier zijn er heuveltjes. Dexter slaapt onder een nieuw sterrenstelsel. Een grote roestbruine planeet hangt gewichtloos pal boven een groepje notenbomen. Nacht na nacht schuift de planeet een beetje meer naar links.

Telkens Dexter ontwaakt ligt er een hoopje noten voor hem klaar en ziet hij nog net hoe het diertje weghuppelt. De zon verwarmt zijn blote buik en de bladeren ritselen hem vriendelijk goedemorgen. Dexter kruipt recht en wandelt naar een heuveltje om er op de top op de tippen van zijn tenen even op en neer te wippen. Aan de horizon scheidt een zwarte band het malse groen van het heldere blauw.

Wanneer na duizend nachten de planeet weer pal boven het groepje notelaars is komen te staan, komt de geur van nootmuskaat en abrikozen aangewaaid. Dexter opent zijn ogen en kijkt recht in de witte ogen van het diertje. Dexter staat op, plukt een roze bloem en wandelt altijd rechtdoor. De bomen en struiken wuiven en de vogeltjes fluiten. Het zonnetje schijnt.

De zwarte strook groeit en wordt zwarter naarmate hij dichterbij komt. Het diertje is hem gevolgd en keert zich om en huppelt weg, zigzaggend over het glooiende landschap.

Een metershoge wirwar van zwarte takken en doornen en bladeren torent dreigend hoog boven Dexter uit. De begroeiing is zo dicht dat er geen licht of wind door kan. Dexter voelt aan de takken en doornen en bladeren en deze zijn hard en koud. Hij trekt zijn hand terug en wandelt langs deze eindeloze wand. Hij legt zijn hoofd achterover, opent zijn mond en lest zijn dorst aan de regen.

Hij voelt het warme malse gras tussen zijn tenen en zijn neus vangt een vleugje nootmuskaat en abrikozen. Dexter stapt verder. Rechts zwart, links groen, boven blauw. Ver weg en onveranderbaar op hetzelfde centrale punt van de horizon het groepje notelaars. Dexter ruikt opnieuw de geur, stopt met stappen en komt met zijn neus tot vlak aan de wand van zwarte takken en doornen en bladeren. Door een piepklein gaatje kietelt nootmuskaat en abrikozen hem in de neus. 

Voorzichtig steekt hij zijn wijsvingers in het gaatje en probeert het gaatje groter te maken. De takken buigen een beetje mee en uiteindelijk lukt het hem om met zijn beide handen een opening te maken. Zijn handen bloeden. Hij wil kijken of hij door het gat iets kan zien, maar voelt enkel koude. Meer wordt hij niet gewaar.

Dexter duwt zijn hoofd door de nauwe opening en voelt hoe daarbij de takken en doornen dwars door zijn huid over zijn schedel schrapen, aan zijn haren trekken en zijn oren aan flarden rijten. Hij wringt zich verder door het gat terwijl als roestige nagels de koude takken en doornen zijn vel openscheuren en hele repen vlees uit zijn armen en benen rijten. Hij bloedt uit zijn rug, zijn buik, zijn billen en houdt zijn broze roze bloem stevig vast. Doorheen de geur van zijn eigen zweet groeten nootmuskaat en abrikozen.

Dexter staat recht en achter hem ritselen frisgroene lindebomen in een zacht briesje. Zijn huid is zacht en zuiver. Hij staat bovenop een heuvel in zacht mals gras en op de tippen van zijn tenen wipt hij even op en neer.

In de verte kijken grijsblauwe bergen neer over een riviertje dat zich met wat zijtakken tussen de heuvels heeft gedrapeerd en daar blinkend goed genesteld ligt. Hij ziet hoge bomen in donkergroen en kleine bomen in lichtgroen, struiken met gele vruchten en bloemen - overal bloemen in de meest uiteenlopende kleuren, kriskras verspreid of in bosjes bij elkaar te genieten van de zon.

Dexter wandelt de heuvel af en van uit een bontgekleurd bloemenbos kijken twee oogjes hem aan. Dan kijken vier oogjes hem aan. Dan acht. Tien. Veertien. Twintig. Tot plots heel het bloemenbos tegelijk de lucht in vliegt en er een boeket van kleine vogeltjes begint te dartelen en te kwetteren. Ze fladderen rond Dexter en strijken één voor één op zijn schouders neer en planten hun klauwtjes lieflijk in zijn vel. Een vogeltje met een gele kuif geeft het signaal op te stijgen en voor hij het goed en wel beseft vliegt Dexter over de groene valleien van zijn mooie nieuwe wereld.

Op de begane grond kijken eekhoorntjes en reeën speels naar het vreemd figuur dat zonder pels of veren door de blauwe lucht wordt gevlogen. Dexter landt zacht bij de rivier en bedankt beleefd voor de vlucht. De vogels buigen hun kopje. Graag gedaan.

Dexter geniet van het warme zachte malse gras dat onder zijn voeten telkens wat meer lijkt mee te veren. Hij volgt de rivier stroomopwaarts en glimlacht zo zijn weg langs fruitbomen en olijfbomen en een gladde blauwe rots waarop een tweekoppig reptiel ongestoord geel ligt te wezen.

De rivier duwt haar oevers wat verder uit elkaar en krijgt van het gras de ruimte om haar waterval op te vangen. Dexter stapt het lauwe water in en zwemt een rondje op zijn rug. Hij blijft even drijven en geniet van het lauwe water en de warme zon. Dan duikt hij onder, voelt het zachte water zijn lippen strelen en neemt een heerlijk zoete slok. Onder hem kijken oranje goudvisjes geamuseerd toe. Op de oever kwaakt een helgroene kikker.

Hij zwemt terug naar de oever waar zijn roze bloem op hem wacht. Hij gaat languit op zijn rug liggen, glimlacht tussen de madeliefjes naar de zon en doet een dutje. De warme wind en de strelende zon drogen zijn natte vel.

Wanneer Dexter wakker wordt, ziet hij haar naakte rug. Ze leunt op haar goudbruin gestrekte armen en zit rechts aan zijn zijde in het gras. Haar benen liggen languit over elkaar, maar die ziet Dexter niet. Ze beweegt wat met haar tenen. Op haar knie kijkt een wit vlindertje naar de rivier. Naast haar wiegt wat riet rustig heen en weer. De helgroene kikker kwaakt naar de gele eend die als enig teken van aanwezigheid haar donzen vleugels strijkt.

Ze heet Sushi. Ze draait haar hoofd en glimlacht met haar lichtgroene ogen. Over het gras vol madeliefjes wuift de wind een lokje haar over haar volle rozerode lippen. Speels streelt ze haar zachte haar terug achter haar oor. Onder haar bovenarm de ronding van haar linkerborst.

Dexter kent geen talen. Hij heeft nooit gesproken. Dat hoefde ook niet. Hij produceert een begroetingsgegrom. Sushi fronst haar fijne wenkbrauwen, trekt haar neus op, en beantwoordt zijn groet met een diepe ademstoot en lacht haar witte tanden bloot. Ze veert recht.

Dexter kijkt hoe onder haar blote billen haar benen haar lichaam richting rivier leiden. Ze plonst een paar passen in het water, draait zich om en wenkt Dexter te komen. Dexter kijkt naar de waterlijn net onder haar navel en ziet hoe Sushi in het water wordt weerspiegeld. Hij gromt, wuift iets terug en gaat opnieuw liggen. Sushi fronst en zwemt in trage sierlijke slagen naar de waterval. Ze laat het lauwe water op haar naakte lichaam klateren. Als ze even later terugzwemt naar de oever, merkt ze dat Dexter verdwenen is. Ze gaat liggen waar hij lag. Met een roze bloem streelt ze haar ribben tot net onder haar borsten.

's Nachts zweeft boven de bergen een roodoranje planeet met een hele hoop ringen en naast die planeet hangt een andere planeet, helblauw. Dexter kijkt naar de miljoenen sterren, de galactische nevels en het koppel manen en valt in slaap onder zijn nieuw sterrenstelsel

Dexter wandelt tijdloos rond over het groene malse gras onder de blauwe lucht tussen de witte viooltjes in het zonnetje. Als hij honger heeft plukt hij fruit en als hij dorst heeft, legt hij zijn hoofd achterover. Dan doet hij zijn mond open en begint het te regenen.

Op de top van een heuveltje wipt hij in het zonnetje op de tippen van zijn tenen even op en neer en ziet Sushi.

Dexter denkt aan de waterlijn, haar navel en de weerspiegeling in de rivier en wandelt naar haar toe. Ze glimlacht. Er hangt een druppeltje water aan haar neus. Andere druppeltjes glijden zich een baantje over haar zachte buik naar beneden.

Ze staan neus aan neus. Hij weet niet waarom maar hij likt over haar wang. Ze snuift haar neus op en likt zijn schouder.

Vlindertjes fladderen rond Dexter en Sushi. Onder een struik gluren twee witte pretoogjes. Een eekhoorn wuift met zijn pluimstaart nieuwsgierig gedag. 


Sushi drukt haar natte borsten tegen zijn harde naakte haarloze lijf. Dexter voelt zijn onderbuik branden en zij de hare. Ze bijt in zijn neus, hij bijt in haar arm. Oog in oog en ze lachen luidop. Ze neemt een hap uit zijn kaak, hij een hap uit haar zachte hals. Liefkozend kauwen ze, nootmuskaat en abrikozen. Ze verscheuren zich. Ze voelen geen pijn. En verslinden elkaar met huid en haar.



Einde.

woensdag 16 januari 2013

amateurtheater


in stilte zit hij
ziet haar naakte enkels
in zacht wit licht en stof
fluistert miller naar haar lippen

hij laat zijn zaklamp vallen
de bladen op de grond
zijn hoofd boem tegen de balk en alles zwart
voor zijn ogen

de naakte enkels stokstijf stil
fluistert ze hendrik
godverdomme

woensdag 16 maart 2011

Frontman dEUS spoorloos verdwenen.

(Helga / eigen berichtgeving)


In Borgerhout (Antwerpen) is gisterenavond dEUS frontman Tom Barman verdwenen. Barman werkte er met zijn band in alle stilte aan de opvolger van Vantage Point, het laatste wapenfeit van de Antwerpse rockgroep. De precieze omstandigheden van zijn verdwijning zijn nog niet bekend, maar korpschef Enrique Verdonck van de Antwerpse politie, zegt dat deze week enkele groepsleden zullen worden ondervraagd. Verdonck benadrukt dat zij evenwel niet in staat van verdenking worden gesteld. Hoewel de politie voorlopig nog in het duister tast, circuleren in bepaalde hippe Antwerpse kringen vele geruchten. Zo zijn Mauro P. en Klaas J. in het gezelschap van Barman gesignaleerd en dit enkele uren voor zijn verdwijning. Ze waren in het bezit van een witte plastieken zak waar een bundel prei uit stak. Dit werd bevestigd door uitbater Sanjeev P. van nachtwinkel Night Shop die bevriend raakte met de groep: ‘ze komen veel sigaretten kopen, en soms ook pintje (lacht)’. Volgens buren Wendy en Roger K. was er in de studio niets abnormaal aan de hand: ‘We kregen zoals gewoonlijk twee flessen wijn met zo’n draaistop van die meneer met zijn zwart haar, en dan zei hij dat ze twee uurkes zouden spelen - heel beleefde gasten allemaal. Ze begonnen heel rustig te spelen, ik zei nog tegen ons Wendy: Wendy dat is toch eigenlijk wel schoon muziek precies violen en zo. Soms laten ze ons zelfs iets horen om te proberen he meneer.’ Wat begon als een normale repetitie in de studio van dEUS, is geëindigd in een raadsel. Op een bepaald moment, zo bevestigt ons Wendy K., kwamen Mauro P. en Klaas J. alleen naar buiten ‘sigaretten halen en mandarijn’ (sic) in de nachtwinkel. Op de terugweg ontspon zich een discussie welke blijkbaar leidde tot een instemmende knipoog van Mauro P. Waarop Klaas J. zijn rechterhand balde tot de heavy metal vuist en hij resoluut terug de studio binnen stapte. ‘Toen ze zo met de deur sloegen ben ik wel gaan kijken, dat was niet van hun gewoonte’, aldus Wendy K, ‘en daarna, mannekes…! Gepiep…! Een lawaai…!’ Het was uiteindelijk de ziekenwagen die eerst ter plaatse was. Op aanvraag van ‘een anonieme man, die uiterst beleefd en duidelijk Limburgs sprak. We hebben er de politie moeten bijhalen want wat we zagen was enkel een paar schoenen waar rook uit kwam en een beige gitaar op de grond met de band rond de schoenen – heel bizar.’ We vroegen wat het probleem was, waarop Klaas J. naar het lege paar schoenen wees. Hij werd hierin gevolgd door Mauro P. die trachtte te verduidelijken dat hij het enkel wou laten ‘scheuren’ en bijgevolg zijn versterker tot 8 had gedraaid – ‘da’s toch niet eens zó hard, he meneer?’. Of de nieuwe dEUS plaat hierdoor nog vertraging zal oplopen is niet geweten. Klaas J. laat alvast weten enkele ex-groepsleden te zullen aanspreken. dEUS veranderde reeds enkele keren van bezetting en als enig overblijvend origineel groepslid, lijkt de bal nu in zijn kamp te liggen. (aa)